Een verhalend verslag van een terugkomdag
- On 24 oktober 2024
- verhalengroepen
Amsterdam, 14 september 2024
door Ferran Bach
Ongeveer zes maanden na het einde van de cursus Verhalengroepen voor ouderen begeleiden in Amsterdam en in Delft, komen beide groepenbegeleiders op eigen verzoek een hele dag bij elkaar.
Het gebouw in Amsterdam, Het Gasthuis aan de Arie Biemondstraat 103, is intussen opgeknapt. We zitten in een ruime zolderkamer op de eerste verdieping. Bij binnenkomst voor tien uur staat de stoelenkring klaar; geen tafel in het midden, wel een bloemetje in een vaas op de grond. Details zijn belangrijk, je voelt je welkom. Wie heeft ervoor gezorgd?
Iedereen is nieuwsgierig naar de nieuwe functie van deze locatie. Het is een daklozenkantoor voor informatie en advies geworden. Onze deelnemers uit Delft kijken uit het raam en verbazen zich over hoe rustig deze buurt midden in Amsterdam is. Ze hadden duidelijk iets anders verwacht, hiernaast heb je het voormalige Wilhelmina Gasthuis. Nee, het Platform Levensverhalen heeft geen eigen cursusruimte, wij gaan naar onze partners en cursisten toe.
We zijn met zeven begeleiders, helaas hebben Julie en Paul zich door persoonlijke omstandigheden afgemeld. Zes vrouwen, één man. Zes cursisten hebben inmiddels een eigen groep opgestart, twee groepen worden door twee mensen begeleid, vier deelnemers hebben de cursus in Amsterdam gevolgd en drie deelnemers in Delft. Beide groepen zien elkaar fysiek voor het eerst. Niet iedereen herinnert zich dat ze eerder online hebben ontmoet. Daarom een klassieke openingshandeling: schrijf op een sticker de naam van een medecursist op wiens naam je niet (meer) weet: Corry (‘Met Griekse ij’), Philo (‘Met ph’), Bernadette (‘Met e’), Karel (‘Met K’), Alexandra (‘Met x’), AnnaMarie (‘Met a en grote M’) en Marijke (zonder verdere spelaanwijzingen).
We zouden het naamspel nog een keer kunnen doen, nu over alle voornamen van de mensen met een katholieke achtergrond. ‘Maria is van mijn grootmoeder aan vaderskant…’, begint het verhaal. Er zit een hele systematiek achter als je alle voorouders wil eren. Dragen we onze familiegeschiedenis met ons mee?
Je kunt een willekeurige groep mensen volgens allerlei criteria verdelen. Drie zijn met de auto uit Delft gekomen, drie met de trein (ik ook, trouwens). De drie treinreizigers hadden vertraging (ik deze keer niet). Één persoon is op de fiets. Deze criteria kunnen je naar een eenvoudig thema leiden. Soms liggen thema’s en de bijbehorende verhalen voor het oprapen. Daarbij, als je onbekenden ontmoet heb je bij hun uiterlijk allerlei associaties. Je maakt voor jezelf een verhaal dat je niet meteen hoeft uit te spreken. Deze dagelijkse aannames gebruiken we vandaag voor een paar ijsbrekers.
We kijken naar Karel en de deelnemers die niets van hem weten wagen zich aan een korte beschrijving: ‘volgens mij werkt hij in de zorg’, ‘wellicht reed hij in een ambulance’, ‘of iets met psychiatrie’. Daarna mogen we Philo observeren: ‘je houdt van taal, schrijven, corrigeren’, ‘je bent heel precies’. Verbazingwekkend hoe deze eerste indrukken kunnen kloppen, aldus de bevestiging van de geportretteerden. Even later vraag ik een liefhebber de ruimte met mij te verlaten. Ik geef haar een opdracht: verdeel de groep intuïtief zonder iets te zeggen volgens een bepaald criterium: bedenk wie er vegetariër is en wie niet. Als we straks het criterium onthullen, klopt de indeling deze keer van geen kant. Best grappig.
De doelstellingen van vandaag zijn: inventariseren hoeveel verhalengroepen lopen, opgedane ervaringen uitwisselen, vragen en dilemma’s bespreken, werkvormen aanreiken en plezier maken rondom het begeleiden van levensverhalengroepen. Ik deel schriften uit, teken alsjeblieft een boom, zo zetten we een nieuwe vaardigheid in. Een tekening is ook een verhaal. ‘Als kind tekende ik altijd dezelfde boom, een driedelige wezen: een groene kruin vol bladeren, een bruine verticale stam en een wirwar aan wortels onder een dunne grondlijn.’ Als je klaar bent, geef jouw tekening aan je buur rechts en beschrijf voor ons de tekening die je hebt gekregen. De variëteit aan getekende bomen blijkt enorm.
Tijdens de voorbereiding van deze terugkomdag las ik in de krant een ‘Portret van een kind in haar slaapkamer (De Volkskrant, 10 september 2024, opgetekend door Marlijne van Brenk), waar een twaalfjarige onder meer vertelt dat ze graag koeien tekent. Zelf heb ik mijn tekenvaardigheid sinds mijn kindertijd niet ontwikkeld. En als we op school iets moesten tekenen maakte ik steeds een variatie op hetzelfde landschap: bruine rotsen als hopjes aan elkaar, van links naar rechts, met daaronder nog een laag, en nog een, plus een naar beneden slingerde blauwe rivier en een gele ondergaande zon. Vermoedelijk had ik weinig vertrouwen in mijn kunde om iets anders uit te proberen en koos voor de veilige optie. Dat beeld uit de natuur heeft een grote indruk op me gemaakt, waarschijnlijk tijdens een excursie in de Pyreneeën. Maar geen leraar die me heeft uitgedaagd om er iets anders van te maken. Wiens luiheid was het, van mij of van de leraar? Alle kinderen die in deze rubriek in De Volkskrant geïnterviewd worden lijken een antwoord te hebben op de vraag ‘Hoe ziet je leven er over tien jaar uit?’. Zelf had ik nooit, maar echt nooit, kunnen verzinnen dat ik op een dag als zestig plusser in Amsterdam zou zijn om samen met een groep liefhebbers een hele zaterdag aan levensverhalen in een daklozenkantoor te besteden. En dan ook nog in de Nederlandse taal. ‘Hoe kom je daarbij?’, zou de journalist hebben gevraagd. Deze gedachte brengt me trouwens naar een mogelijke vraag voor een vertelronde: wat heeft je in je levensloop oprecht (positief) verrast?
Koffiepauze. In een cursus zijn pauzes belangrijk voor het informele contact, maar als ik iets later naar buiten loop tref ik alle zeven deelnemers staand in een kring bezig met een serieus gesprek over hun verhalengroepen.
De tweede blok is voor intervisie. AnnaMarie brengt een casus in die ons best lang zal bezighouden. Stel dat tijdens een eerste onschuldig voorstelrondje een deelnemer de groep verrast met een heftige bekentenis in de trend van ‘als kind werd ik misbruikt’. Hoe kun je als begeleider hierop reageren? Goede vraag. De reacties van de begeleiders zijn waardevol: ‘ik zou het zeker niet afkappen; je kunt de persoon laten uitpraten en vragen of ze behoefte heeft om na de sessie met je erover te praten; let op de andere deelnemers in je verhalengroep, kijk wat zo’n verhaal met ze doet, ik merk dat sommigen van ons geraakt worden, probeer het ongemak onder woorden te brengen’.
Ik laat deze casus bezinken. Wellicht kunnen we een waarschuwing aan de spelregels van een verhalengroep toevoegen. We zeggen dat het delen van verhalen vrijblijvend is, maar bij het vertellen moet je ook rekening met je toehoorders houden. Ga na of en wanneer er een geschikt moment is om iets heel persoonlijks met de groep te delen. Niet iedereen zit op een heftig verhaal te wachten. Zeker niet tijdens de eerste bijeenkomst van een verhalengroep waar mensen elkaar niet goed kennen.
Onze stichting secretaris, ook penningmeester, subsidieaanvrager en alleskunner Kor heeft thuis heerlijke soep met broodjes klaargemaakt, op de fiets vervoerd en onderweg nog een bloemetje gescoord. Nadeel van de verbouwing is dat de keuken beneden gesloopt is. Verkeerde beslissing, zijn we met elkaar eens. Samen koken en eten is de ideale manier om mensen te verbinden. We zetten, nu wel, een lange ovale vergadertafel in het midden en door nieuwe gesprekken heen genieten we van de lunch. Aan mijn kant van de tafel wordt er over de vrouwenhuizen van vroeger gesproken. Vrouwen moesten ‘emanciperen’, maar mannen ook, toch? Waar komt het woord ‘emancipatie’ vandaan? Niet van ‘man’, volgens mij, het is een Latijnse wortel. Ik zoek het op: plechtige vrijlating van een zoon uit de vaderlijke macht; waarin ‘man’ van ‘manus’ (hand), in de zin van loskomen van de hand die je grijpt.
Na de lunch gaan we verder met de intervisie over organisatorische en inhoudelijke aspecten van een verhalengroep. Een intake met de eventuele deelnemers aan je groep is een prima idee. Karel: wil je het woord ‘ouderen’ in de titel van je verhalengroep of juist niet? In mijn groep hebben we een whatsappgroep aangemaakt en ik laat deelnemers kort verhaaltjes inspreken. Bernadette: ‘aan het einde van de sessie leid ik het thema van de volgende bijeenkomst in met een persoonlijk verhaal’.
Het brood zakt in, we hebben een inzinking.
‘We zijn niet naar buiten geweest’.
‘Klopt. Dit doe je eerder als je op de begane grond zit’.
‘Ik weet een Qigong oefening’, zegt Marijke.
We staan spontaan op en slaan ons lichaam zachtjes wakker. De energie stroomt weer, het werkt. Achteraf gezien had ik deze dip kunnen anticiperen en een werkvorm achter de hand kunnen hebben. We bespreken nog een paar interessante punten. Tijd voor de laatste koffiepauze.
Het laatste halfuur is voor administratie en evaluatie. Kor vraagt iedereen een formulier met harde cijfers in te vullen: aantal deelnemers in je verhalengroep, aantal 70-plussers, aantal bijeenkomsten per reeks, heb je plannen voor een vervolg? We zijn blij met het hoge rendement van beide cursussen. Van onze subsidienten moeten we elf nieuwe verhalengroepen opstarten. De groepen draaien nu in diverse locaties: een buurthuis in Amsterdam Westerpark, een ontmoetingsruimte voor flatbewoners en een spiritueel huis in Delft, een woongemeenschap voor mensen met een visuele beperking in Wolfheze (Arnhem), een cultureel centrum in Oosterhout en een wijkhuis in Breda. De evaluatie van de terugkomdag is heel positief. Men vraagt of we over een jaar weer bij elkaar kunnen komen. Dit is juist de bedoeling van ons platform en we gaan kijken wat er binnen het nieuwe project mogelijk is.
Het is vier uur. Opeens schiet iedereen in de ‘tijd-om-te-gaan’ modus: opruimen, afscheid nemen, wel thuis wensen. Ik was van plan om af te ronden door het thema ‘bomen’ terug te laten komen, maar het is me ontschoten. Sinds mijn kindertijd is mijn kennis van planten en bomen gering, toch kijk ik er als volwassene heel anders ernaar. Ik sluit nu wel af met een verhaal en een gedicht:
‘Er was eens… een piepklein land in Noord-Europa, met een koningin en een prins, en een aantal prinsesjes.
Min of meer per toeval ging ik in dat koninkrijk wonen.
En dan hoorde ik dat een van de prinsesjes bomen omhelsde. Wat is dit voor land!, dacht ik.
Maar, ja, je wordt zelf ouder en op een dag vind je jezelf alleen tegenover een boom. Een eik was het.
PLATTELAND
Had ik de rust gehad
om jarenlang tegenover
deze eik te zitten,
had ik hem zien groeien
als een kind van mij.
Ferran Bach
